Bloggen op LinkedIn: do’s en don’ts

LinkedIn is sinds vorig jaar niet alleen een zakelijk sociaal netwerk, maar ook een bloggingplatform. Bloggen op LinkedIn is erg nuttig voor het vergroten van je zichtbaarheid, autoriteit en wellicht zelfs conversie. Maar houd wel rekening met een aantal zaken.

Het posten zelf is eenvoudig: via de knop ‘Publish a Post’ voeg je tekst, links en afbeeldingen toe. Grofweg gelden dezelfde spelregels als voor blogs op ieder ander platform: schrijf prikkelende, interessante content die voor de doelgroep van toegevoegde waarde is. Zorg voor een pakkende kop en intro, genoeg paragraafkoppen en links naar interessante bronnen. Vermijd een commerciële toonzetting en een ‘product push’.

Kies relevante tags

Voorzie blogs op LinkedIn van relevante ‘tags’, oftewel zoekwoorden. Dat maakt je blog veel beter vindbaar en vergroot dus het bezoek. Je vindt deze optie onder de blogeditor. Tijdens het invoeren van de tags krijg je suggesties. Gebruik deze, want het toevoegen van zelfverzonnen tags is niet mogelijk.

Pulse

Blogs op LinkedIn zijn in eerste instantie zichtbaar voor je directe contacten en personen die jouw blogs volgen. Dat hoeven overigens niet per se contacten van je te zijn. Heeft je blog veel likes, shares en reacties, dan maak je kans op publicatie in Pulse, de nieuwswebsite van LinkedIn. Je blog is daar dan prominent zichtbaar, als ‘featured article’.

Houd rekening met SEO

Ook zoekmachines kunnen bij de blogs op LinkedIn. Houd wel rekening met duplicate content. Staat het blog op LinkedIn ook elders, bijvoorbeeld op je eigen website, dan maken zoekmachines een keuze welke ze opnemen in de zoekresultaten. Het kan dus zijn dat een blog op LinkedIn hetzelfde blog op je corporate site of vakmedium ‘wegdrukt’ uit de index.

Bedenk dus van tevoren waar je het meeste bezoek wenst en plaats alleen daar het volledige blog. Voor alle overige kanalen schrijf je een samenvatting en link je naar het origineel. Zo vermijd je bovengenoemde SEO-problemen. Zeker wanneer een blog in de pers is gepubliceerd, is een ‘copy-paste’ op LinkedIn not done. Al was het maar vanwege copyright-schending.

Deel in groepen

Groepen op LinkedIn zijn discussieplatformen rondom afgebakende onderwerpen waarin gebruikers tips uitwisselen, problemen oplossen en discussiëren over topic-gerelateerde issues. Het delen van je blogs binnen relevante groepen kan dan ook effectief zijn. Kijk wel uit dat je deze groepen niet alleen hiervoor gebruikt, je wilt niet als spammer te boek staan. Groepen kunnen overigens veel inspiratie bieden, je ziet immers welke problematiek speelt bij de aangesloten personen. Door in een blog duidelijk antwoord te geven, groeit je vertrouwen en autoriteit binnen de groep.

Delen in groepen doe je via de LinkedIn shareknop bij je blog. In het deelvenster klik je de optie ‘Post to groups’ aan. Vervolgens kies je de gewenste groep. Je kunt alleen delen in groepen waarvan je lid bent.

Leer van statistieken

Het zakelijke sociale medium geeft sinds kort uitgebreide statistieken over de performance van je LinkedIn-epistels. Je vindt deze op de speciale statistiekenpagina van Pulse.

De cijfers vertellen niet alleen wanneer en hoe vaak je blog bekeken is, maar geeft ook informatie over het publiek. Uit welke industrieën ze afkomstig zijn, bijvoorbeeld. Op deze manier krijg je inzicht in wat wel en niet werkt bij jouw doelgroep. Maak gebruik van die kennis!

Site niet mobielvriendelijk? Vanaf 21 april scoor je lager in Google

Je corporate website: waarschijnlijk ben je er goed mee vertrouwd. Maar heb je deze wel eens bekeken op een smartphone of tablet? Is het dan nog steeds goed bruikbaar? Verandert de vormgeving naar een die geschikt is voor bediening met je vingers? Of is het pielen met veel te kleine menuknoppen en onleesbare tekstjes waarop je moet inzoomen? In het laatste geval heb je vanaf 21 april een serieus probleem.

Vanaf die datum gaat Google mobiel-onvriendelijke websites bestraffen met een lagere positie in de zoekresultaten. Niemand ontkomt aan die maatregel.

Waarschuwen voorbij

Die straf komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Google waarschuwt webbeheerders al een tijdje voor de sanctie. Die afstraffing is terecht: steeds meer mensen zoeken op Google via hun tablet of smartphone. Dan wil de zoekmachines hen natuurlijk wel sturen naar een website die ook op die apparaten gemakkelijk in gebruik is. Van Google mag je immers verwachten dat het bruikbare websites voorschotelt. En niet een site waarop je een leesbril en pennetje nodig hebt om enigszins lekker te navigeren.

Google beoordeelt de pagina’s afzonderlijk. Zijn alleen een paar onbelangrijke pagina’s niet mobielvriendelijk, dan hebben je pagina’s die wel in orde zijn daar dus geen last van. Heb je een grote website met heel veel pagina’s, dan kan je webbeheerder dus het beste beginnen met de belangrijkste pagina’s die goed zichtbaar in de zoekresultaten moeten zijn.

Reponsive vs. adaptive

Wat hoe bereik je nu eigenlijk dat jouw pagina mobielvriendelijke wordt? Een populaire methode is een responsive website. Daarbij past de vormgeving – dus niet de functionaliteit – zich op het schermformaat van de bezoeker aan. Elementen worden in een andere (vaak meer verticale) volgorde gezet en fonts kunnen groter worden. Ook het menu, toch het belangrijkste navigatie-element, verandert vaak van een brede balk naar een uitklapmenu. Allemaal om het gebruik ervan op kleine schermen zo aangenaam mogelijk te maken.

Een stap verder gaat een adaptive website. Daarbij verandert niet alleen het uiterlijk, maar ook de functionaliteit. De bezoeker kan bijvoorbeeld een telefoonnummer op je site direct bellen met zijn mobiel. Of de bezoeker krijgt locatie-afhankelijke informatie voorgeschoteld.

Mobiele site

Een derde optie is het presenteren van een volledig aparte mobiele website. Die herken je vaak een een afwijkende url, vaak iets als m.dewebsite.nl. Google accepteert deze als mobielvriendelijk, maar vindt het lastig om de zoekwaarde te verdelen over de twee websites. Voor een goede score in de zoekmachines is dit dan ook een minder geschikte methode. Ook voor de webbouwer is het niet handig: die moet iedere verandering of uitbreiding twee keer doorvoeren.

Je kunt zelf eenvoudig controleren of jouw website aan de gestelde eisen voldoet. Ga naar de ‘Mobielvriendelijke test‘ van Google en bekijk of je 21 april overleeft.

Starten met Twitter: 9 tips

Veel bedrijven roepen dat ze ‘iets’ willen met Twitter. Nu is dat op zich geen verkeerd uitgangspunt: Twitter is een populair social medium en bevat in potentie veel nieuwe klanten voor vrijwel alle bedrijfssectoren. Bovendien is het een effectief kanaal voor communicatie met je bestaande klanten. Maar een effectieve aanpak is wel vereist. Zeker als je vanaf 0 moet starten, anders blijft het bij roepen in de holle ruimte. Maar hoe begin je?

1. Zorg voor een volledig ingevuld profiel

De eerste is een no-brainer, maar hier kan het al fout gaan. Zorg voor een zo volledig mogelijk ingevuld profiel. Vertel daar wie je bent en wat je doet. Op basis van die informatie doet Twitter namelijk een suggestie van je profiel aan potentieel geïnteresseerden. En zorg voor pakkend, verzorgd beeld voor zowel je icoon als je profielpagina. Voor die laatste volstaat een opgeblazen versie van je logo echt niet. Schakel hiervoor desnoods een designer in.

2. Identificeer influencers en volg hen

Een van de eerste stappen is het volgen van de voor jouw branche relevante personen. Dat kunnen journalisten, experts, opiniemakers of zelf bekende Nederlanders zijn die te maken hebben met je vakgebied. Hun bereik is doorgaans groot en wat zij roepen resoneert in de markt. Maar vergeet ook klanten niet. Schaam je daarnaast ook niet om je concurrenten te volgen.

Influencers kunnen veel voor jouw merk of organisatie betekenen. Maar dan moeten ze jouw business wel kennen. Het volgen van hen is een goede eerste stap. Het is immers een contactmoment, ze zien jouw naam tussen hun nieuwe volgers. Bovendien bestaat de kans dat ze jou ook gaan volgen – in twittertermen een ‘follow-back’. Immers: als zij relevant voor jou zijn, ben jij dat wellicht ook voor hen. En een retweet van een influencer levert veel extra bereik op.

3. Creëer lijsten

Een goede derde stap is het aanmaken van lijsten. Hiermee verdeel je iedereen die je volgt in overzichtelijke categorieën. Selecteer je een lijst, dan zie je direct alle Tweets van de betrokken personen. Dat is vrijwel een must, want Twitter is een vluchtig medium en het overzicht van alle berichten ben je al snel kwijt. Zet je huidige klanten in een aparte lijst, zo ook je leads. Zeker influencers verdienen hun eigen lijst. Welke lijsten voor jou handig zijn, verschilt per business. Maar denk ook eens aan lijsten als ‘journalisten’, ‘concurrenten’ of misschien wel een lijst van twitteraars met meer dan 10.000 volgers.

4. Communiceer je twitterkanaal overal

Mensen komen niet vanzelf naar je Twitterkanaal. Communiceer een nieuw kanaal overal. Plaats bijvoorbeeld een artikel hierover op je bedrijfsblog. Vermeld daar niet alleen het url-adres van het kanaal, maar ook wat je doelgroep er kan verwachten. Zorg ervoor dat op al je andere socialmediakanalen naar je nieuwe Twitterkanaal wordt verwezen. Gebruik die bestaande kanalen ook voor de promotie van je nieuwe Twitterkanaal.

5. Post minstens vijf berichten dag

Natuurlijk gaat het om de inhoud van je berichten, maar daarmee is de frequentie niet onbelangrijk. Wij raden minstens vijf Tweets per dag aan, wil je enige zichtbaarheid bij je doelgroep creëren.

6. Gebruik de juiste tools

Het managen van je Twitterkanaal is een tijdrovende bezigheid. Maar de juiste tools maken het leven wat gemakkelijker. Gebruik een tool als Buffer of Hootsuite voor het inplannen van tweets, maar maak je kanaal niet helemaal afhankelijk van deze automatische berichten. Voor het dagelijks beheer van je kanaal is Tweetdeck een enorm krachtige webtool.

Wil je meer inzicht in de prestatie van je Twitterkanaal? Er zijn diverse betaalde oplossingen, maar de basisstatistieken van Twitter zelf bieden ook het nodige inzicht. Hoe hard je aantal volgers groeit bijvoorbeeld. En welke Tweets goed scoorden, en welke minder.

7. Maak slim gebruik van hashtags

Hashtags zijn een krachtig hulpmiddel om je Tweets ook zichtbaar te maken voor mensen buiten je directe volgerskring. Gebruik is simpel: zet een hekje (#) voor het meest relevante zoekwoord uit de Tweet. Maak er gebruik van, maar overdaad schaadt: meer dan een hashtag per Tweet wordt als hinderlijk ervaren.

8. Niet alleen maar zenden

Veel bedrijven hebben de neiging via Twitter direct zoveel mogelijk corporate berichten de wereld in te slingeren. Dat is echter niet zaligmakend. Reageer ook op anderen, zeker op influencers. Retweet, geef eens complimenten voor dat informatieve blog. Deel ook vakgerelateerde artikelen en vergeet nooit hierbij de credits te geven aan de persoon of blog waar je het vandaan hebt. Ga met je doelgroep in gesprek. Twitter is geen eenrichtings-roeptoeter.

9. Gebruik afbeeldingen

Onderzoek toont aan dat Tweets met afbeeldingen meer interactie oproepen dan ‘kale’ Tweets. Ook hebben deze berichten meer kans op indexering door Google. Ook hier geldt weer: gebruik je gezonde verstand. Niet iedere Tweet behoeft een afbeelding, maar wissel hiermee af.

Betrek influencers bij je contentmarketing in 5 stappen

Influencers in contentmarketing

Goede content maken is één, maar vervolgens zou het toch wel fijn zijn als die content je doelgroep zou bereiken. Natuurlijk kun je op je eigen social media-kanalen de nodige tractie krijgen en via die kanalen je content promoten. Ook via gastblogs en zoekmachines kun je de nodige bezoekers naar je content leiden. Maar vergeet ook vooral de influencers niet.

Influencers zijn de personen uit je vakgebied waar serieus naar geluisterd wordt. Het zijn de thought leaders van je branche. Zeggen zij dat we met zijn allen linksaf gaan, dan gaat echt niet per se iedereen linksaf: het zijn geen sekteleiders. Maar zij kunnen wel een grote groep mensen laten nadenken over het waarom van die afslag.

Influencers kunnen journalisten en (hoofd)redacteuren zijn van de voor jouw branche relevante media. Maar vaak zijn influencers ook eenpitters die naast of vanuit hun baan hun expertise tonen en hun kennis delen aan een grote groep geïnteresseerden. Het kunnen bloggers, maar ook consultants zijn, of vakspecialisten. Vaak zijn ze veelgevraagde dagvoorzitters of sprekers op congressen. Een ding hebben ze vrijwel allemaal gemeen: ze hebben een flink aantal volgers op hun social-mediakanalen. Door hen te betrekken in je contentmarketing en met hen een langdurige relatie op te bouwen, kun je profiteren van hun kennis en kunde en – als je het slim speelt – van hun bereik en hun invloed. Maar hoe pak je dat aan?

  1. Identificeer de influencers

    Allereerst is het belangrijk om de influencers uit jouw specifieke vakgebied te herkennen. Maak simpelweg een shortlist van alle relevante personen. Nu zul je er wellicht een aantal kunnen opdreunen, maar vergeet niet gebruik te maken van tools als Traackr, Followerwonk of Nod3X. Kijk ook eens op de voor jouw niche relevante blogs.

    Met deze tools speur je gemakkelijk de personen met grote netwerken die vaak communiceren over de voor jou relevante topics. Kijk goed of hun netwerk van waarde kan zijn voor je. Zitten daar potentiële nieuwe klanten? Zijn dat mensen die zitten te wachten op jouw content? Ga niet puur voor de nummers en ben ook realistisch: Bono en Obama gaan niet jouw content verspreiden.

    Traakcr
    Met tools als Traackr kun je eenvoudig influencers identificeren.

  2. Bouw een relatie met ze op

    Heb je een mooie lijst van influencers gemaakt? Verwacht vervolgens niet dat je deze wel even voor je karretje kunt gaan spannen. Contentmarketing is geen quick win, en ook influencers zijn dat niet. Kennen ze jou niet? Ga dan niet vragen of ze even dat blog van je willen delen op hun kanalen. Bouw op een natuurlijke manier een goede verstandhouding met ze op.

    Hoe je dat doet? Volg je ze nog niet op social media, dan is dat een goed startpunt. Zorg vervolgens dat ze jou en/of je bedrijf leren kennen. Doe dat wel op een zinnige manier. Reageer op hun tweets of postings, geef je mening over wat zij zeggen of breng antwoorden aan op hun vragen. Meng je in hun discussies met relevante inzichten. Een mooie reden om social media ook te gebruiken zoals het bedoeld is in plaats van alleen maar te zenden.

  3. Benader ze voor quotes, meningen en advies

    Interview eens een influencerEen goede manier om op het netvlies van influencers te komen, is door ze rechtstreeks te benaderen voor input. Voor een quote in een blog bijvoorbeeld, of voor onafhankelijk advies over een bepaald topic. Misschien kun je zelfs een (kort) interview met ze opzetten.

    Je verrijkt op die manier niet alleen je content, maar komt ook scherper op hun netvlies. Bovendien heb je een grote kans dat de content die daaruit voortvloeit wel door hen wordt opgepikt: ze komen er immers zelf op een positieve manier (als expert) in naar voren. Dat heeft natuurlijke een charme die maar weinigen kunnen weerstaan.

  4. Doe een co-productie of laat hen gastbloggen

    Behoort een influencer inmiddels tot de ‘vrienden van de show’? Dan kun je zelfs benaderen voor een co-productie. Misschien heb je wel een goed idee voor een blog of andersoortig brokje content dat je prima samen met de bewuste influencer(s) kunt produceren.Een andere optie is dat zij een gastblog plaatsen op jouw site (mits van goede kwaliteit).

    Zorg er in beide gevallen wel voor dat je goede afspraken maakt. Je wilt achteraf geen scheve gezichten of het gevoel bij hen wekken dat je ze hebt gebruikt. In dit stadium zijn het een soort (zakelijke) vrienden geworden, of in ieder geval goede, waardevolle contacten. Zet dat niet op het spel en maak goede afspraken over zaken als bijvoorbeeld verspreiding en auteursrecht.

  5. Host ze in je Hangouts on Air-shows

    Een laagdrempelige manier om je influencers zeer intensief bij je content te betrekken is door ze als gast of expert op te voeren in je eigen ‘talkshow’. Dat kan heel goedkoop en laagdrempelig met bijvoorbeeld Hangouts on Air. Dat hoeft hen bovendien niet meer dan een paar minuten te kosten. Ze kunnen in jouw show bijvoorbeeld antwoord geven op vragen die binnenkomen. Ook kun je ze interviewen, ze vragen naar hun ervaringen of hun mening. Misschien willen ze wel een deel van de show op zich nemen.

Influencers kunnen het bereik, de kwaliteit en de geloofwaardigheid van je content naar een geheel nieuw niveau brengen. Overspeel je hand niet en behandel hen met respect. Niemand zit te wachten op irritante stalkers of opportunistische eikels.

Betalen voor een gastblog? Controleer eerst de reputatie via het aantal backlinks

Wie bezig is met linkbuilding of contentmarketing, krijgt er ongetwijfeld mee te maken: een website die geld vraagt voor de plaatsing voor een blog. Op zich is dat een praktijk waar wat voor te zeggen valt: je koopt als het ware een bepaald bereik, en zo’n website moet ook ergens de rekeningen van betalen. Vergelijk het met het inkopen van advertentieruimte.

Maar een oud probleem blijft ook bij het inkopen van contentruimte bestaan: bereikt een website daadwerkelijk de juiste doelgroep, zowel in kwantiteit als kwaliteit? Sites pochen namelijk vaak met hun bezoekcijfers. Op zich begrijpelijk, want hoe meer bezoek een site genereert, hoe meer geld ze kunnen vragen voor het plaatsen van bijvoorbeeld ingezonden blogs. Het vervelende is alleen dat je als buitenstaander geen zicht hebt op de werkelijke cijfers. Een website kan wel roepen dat ze iedere maand een paar duizend ‘eyeballs’ trekken, maar is dat ook echt zo? In de printwereld bestaat voor dit probleem een oplossing: de HOI-certificering. Dat is een certificering van een onafhankelijk instituut waarmee uitgeverijen hun oplages kunnen ‘bewijzen’. Maar online bestaat zoiets niet.

Hoe kun je dan toch controleren of een website jouw investering waard is? Een goede indicator voor het bereik van een site is het aantal verwijzende links dat ze krijgen vanuit andere websites. Als er 30.000 websites linken naar een bepaald blog, dan weet je dat dat blog kennelijk een behoorlijke impact maakt en dus een flink hoger bereik zal hebben dan een blog waar acht sites naartoe verwijzen.

Bezoekcijfers zijn niet inzichtelijk, maar backlinks wel

Het mooie: het aantal links dat verwijst naar een website is meetbaar, want feitelijk openbaar. Een goede tool hiervoor is bijvoorbeeld Ahrefs. Deze site geeft je van iedere gewenste URL in een oogopslag niet alleen het aantal backlinks, maar ook bijvoorbeeld het aantal followers op social media. Zo krijg je een goede indruk van de ‘grootte’ en impact van een site.

Backlinkchecker Ahrefs

Via een tool als Ahrefs krijg je direct een globaal inzicht in de reputatie van een website. In dit voorbeeld de website van het NRC Handelsblad: een website met behoorlijk hoog aantal ‘referrals’, oftewel websites die naar nrc.nl verwijzen.

Voorkom een zoekmachine-penalty

Er is nog een reden waarom je beter geen blogs kunt plaatsen op websites met weinig backlinks: doe je dat vaak, dan kun je een behoorlijke penalty krijgen van Google. Gastblogging is de afgelopen jaren behoorlijk misbruikt voor SEO-doeleinden, waarbij sites uit waren op het genereren op zoveel mogelijk backlinks. Linkjes vanuit websites met nauwelijks bereik doen dus vooral meer kwaad dan goed voor de SEO-waarde van je eigen site.

Vraagt een blog of website geld voor plaatsing van wat dan ook, check dan altijd even het aantal backlinks. Maar ook wanneer ze je gratis plaatsing bieden, kun je met een tool als Ahref controleren of het wel de moeite waard is. Daarmee voorkom je niet alleen dat je geld betaalt voor gebakken lucht, maar houd je ook de zoekmachines te vriend.

Raymond LuijbregtsRaymond Luijbregts is manager contentmarketing van NoX PR & Content en Co-Workx. Zijn specialismen zijn webcontent en zoekmachineoptimalisatie (SEO).
Twitter: @rluijbregts

8 tips voor effectieve en aantrekkelijke koppen voor webcontent

Het web staat boordevol content en je lezer heeft altijd weinig tijd. In de dagelijkse speurtocht naar nieuws en interessante artikelen is een kop de belangrijkste anker. Feitelijk bepaalt de kop van een artikel of je verder leest of dat je ogen verder scannen. Zeker wanneer koppen het enige is dat je voorbij ziet komen, in een RSS-lezer bijvoorbeeld. Een goede kop is dan ook enorm belangrijk als je lezers wilt trekken. Maar hoe doe je dat? 8 tips.

  1. Vermijd overbodige hulpwoorden

    Niets is zo suf als een kop vol met lidwoorden of overbodige (hulp)werkwoorden. Voor de de duidelijkheid, dat zijn de woorden ‘de’, ‘het’ en ‘een’. Het haalt het ‘newsy’ karakter van je kop flink onderuit en bovendien maak je de kop daarmee onnodig lang.

    Vergelijk de volgende nieuwskoppen:

    Goed: ‘Dief opgepakt na mislukte inbraak bij bejaard echtpaar’

    Fout: ‘Een dief is opgepakt na een mislukte inbraak bij een bejaard echtpaar’

    Je ziet: de bovenste kop is veel effectiever. Korter en ‘newsy-er’. Overbodige hulpwoorden voegen slechts ruis toe en laten je kop amateuristisch ogen.

  2. Het ‘verlies’-effect

    Mensen zijn van nature zelfbehoudend. Het gevoel dat ze iets mislopen, dat er iets of het vooruitzicht op een verlies is iets wat vanuit hun instinct willen voorkomen. Een wetenschappelijke studie heeft uitgewezen dat inspelen op mogelijk verlies sterkere emotionele reactie oploopt dan het inspelen op mogelijk winst.

    Daar kun je in je headline op inspelen, maar maak er geen goedkope reclameslogan van. Goed is bijvoorbeeld ‘Voorkom besmetting: 5 tips voor effectievere bescherming’

  3. Lijstjes? Zorg voor de juiste kop

    Mensen houden van overzicht en orde. Lijstjes doen het dan ook altijd goed, echt niet alleen tegen het einde van het jaar. In contentmarketingtermen noemen we dit de ‘listicle’, een samentrekking van de Engelse woorden ‘list’ en ‘article’. Dit artikel is daar overigens een prima voorbeeld van.
    Maak zo’n lijstje dan ook direct herkenbaar als dusdanig met een passende de kop. Daar zijn een paar handige technieken voor.

    Een effectieve en veelvoorkomende techniek is direct beginnen met het aantal lijstonderdelen. Dat kunnen tips, maatregelen, waarschuwingen of voorbeelden zijn. Bijvoorbeeld ‘5 tips voor het voorkomen van migraine’, of ‘3 best practices van Sharepoint in leeromgevingen’. Onderzoek heeft aangetoond dat op het web cijfers beter gescand worden en dus beter blijven hangen dan diezelfde nummers uitgeschreven als woord.

    Een andere goede methode is het neerleggen van een probleem of ongewenst (zie tip 2) dan wel gewenst vooruitzicht, waarna je in een nieuwe zin of achter een dubbele punt direct begint met het aantal lijstitems. Een goed voorbeeld hiervan is bijvoorbeeld ‘Overstappen naar een nieuw PR-bureau? 5 zaken waar je op moet letten’. Deze formule helpt ook bij de volgende tip: het zo uniek mogelijk maken van je op.

  4. Maak je kop zo uniek mogelijk

    Het web staat bol van informatie. Iedere dag komen er duizenden blogs blij, om over het aantal webartikelen nog maar te zwijgen. Het laatste dat je wilt is dat je artikel in die grijze massa verdwijnt met een onopvallende, generieke kop. Maak je kop dan ook zo uniek mogelijk. Geef wat details van hetgeen je lezer mag verwachten. Waarom zou hij of zij op jouw artikel klikken? Geef goede redenen, en dus wat details van de inhoud. En niet onbelangrijk: voeg wat ‘spice’ toe. Daarbij mag je best een tweede zin toevoegen, want juist een ‘onderkop’ in je kop maakt het uniek.

    Vergelijke deze kop eens:

    ‘Tips: verkoop je huis binnen een week’

    met het veel aantrekkelijker:

    ‘Hoe verkoop je zonder moeite je huis binnen een week? 12 tips’

    Ook voor zoekmachines is een unieke kop belangrijk. Waarom zou een zoekmachine jouw artikel kiezen voor die nummer-1-spot als er al 1000 andere artikelen zijn met dezelfde kop?

  5. Gebruik belangrijke zoekwoorden, maar overdrijf niet

    Voor zoekmachines is de kop een belangrijke indicator van het onderwerp van je blog of webartikel. Vraag jezelf af op welke woorden je graag gevonden wilt worden, en gebruik die in de kop. Gaat je artikel over een specifiek product? Noem die dan voluit in de kop, eventueel met versienummer en al. Zo heb je meer kans dat je artikel goed rankt wanneer mensen op dat product zoeken.
    Maar net zoals bij alle zoekwoordoptimalisaties geldt ook hier: kijk uit met overdrijven. Maar je kop niet onleesbaar en schrijf je kop zeker niet alleen voor zoekmachines. De menselijke maat is steeds vaker ook de norm voor Google en consorten.

  6. Houd je aan je eigen stijl

    Tips en trucs toepassen voor het verhogen van het aantal clicks naar je site is prima, maar verloochen jezelf niet. Behoud altijd je eigen stem, je eigen manier waarop je met je doelgroep communiceert. Is die tone heel erg zakelijk en to-the-point, ga dan niet ineens populaire koppen gebruiken.

  7. Vermijd valse verwachtingen of onwaarheden

    Natuurlijk mag je in je kop best een beetje spanning opbouwen. Je mag je lezers best lokken met een belofte of een prangende vraag waar je antwoord op gaat geven. Maar zorg dan ook dat het artikel voldoet aan die verwachtingen. Niets is zo teleurstellend als je een prangende kwestie opwerpt en antwoord belooft, maar vervolgens niet thuis geeft.
    Let ook op bij sensationele koppen. Ook hier geldt: je mag best wat spanning creëren of verbazing wekken, maar zorg dat het strookt met de waarheid. Ga geen onwaarheden of te sterke overdrijvingen neerpennen, de lezer prikt daar uiteindelijk genadeloos doorheen. En daarmee verlies je geloofwaardigheid.

  8. Gebruik je creativiteit, of dat van een ander

    Koppen maken is een vak apart die zeker niet iedereen beheerst. Gebruik echter al je creativiteit, het is een belangrijk onderdeel van je artikel waarmee je met enkele woorden kunt bepalen of lezers verder lezen of je artikel niet eens openen. Ben je er zelf niet goed in, gebruik dan het talent van een ander. Misschien zit er in jouw organisatie wel een echte ‘koppensneller’ die binnen no-time suggesties voor een aantrekkelijke kop kan geven. Maak daar dankbaar gebruik van: deze mensen zijn waardevol.

Raymond LuijbregtsRaymond Luijbregts is manager contentmarketing van NoX PR & Content en Co-Workx. Zijn specialismen zijn webcontent en zoekmachineoptimalisatie (SEO).
Twitter: @rluijbregts

10 tips voor effectieve afbeeldingen en video’s in je webcontent

Zeg nu zelf: een lange lap tekst zonder enige aankleding is vaak niet aantrekkelijk om te lezen. Dat geldt nog sterker voor webartikelen, waarbij je veel meer ‘scant’ in plaats van artikelen van A tot Z leest. Dat beseffen ook zoekmachines: artikelen gelardeerd met afbeeldingen en video doen het beter in de zoekresultaten. Tien tips om je op weg te helpen.

  1. Ga voor kwaliteit

    Eigenlijk is dit de belangrijkste tip: gebruik alleen afbeeldingen die daadwerkelijk wat toevoegen of in ieder geval je content visueel krachtig ondersteunen. Het toevoegen van afbeeldingen en video’s alleen voor het tevreden stellen van zoekmachines is onverstandig en werkt zelfs averechts. Zorg dat de visuele content ook technisch in orde is. Werk je met fotografisch, zorg dan voor goed belicht en scherp beeld.

    Natuurlijk is het inschakelen van een goede fotograaf of illustrator de beste manier om aan origineel en kwalitatief hoogstaand beeld te komen. Maar dat kost wel geld. Heb je minder budget, denk dan eens aan websites als Shutterstock en iStockphoto. Dit zijn zogenoemde stocksites: websites die miljoenen foto’s aanbieden tegen een enkele euro’s per beeld. Het gevaar is wel dat je foto’s gebruikt die ook elders te zien zijn, maar het is absoluut beter dan niets en bovendien bevatten ze als je even zoekt vaak prima bruikbaar materiaal.
    Een gratis alternatief zijn de websites Deathtothestockphoto.com en Unsplash.com. Zij sturen je geregeld een e-mail met gratis en vrij te gebruiken stockbeelden.

  2. Let op de auteursrechten

    Kijk uit met beeld dat je van elders haalt. Het googlen naar afbeeldingen en die lukraak in je blog plakken is geen slim idee. Veel afbeeldingen zijn namelijk auteursrechtelijk beschermd, het is immers werk van een ander. Met stockbeelden zit je meestal wel goed, maar controleer of je wel de juiste licentie koopt: aan commercieel gebruik hangt soms een ander prijskaartje. Persafbeeldingen mag je vrijwel altijd vrij gebruiken. Een goed alternatief zijn afbeeldingen met de zogeheten ‘Creative Commons‘-licentie. Deze afbeeldingen mag je onder vermelding van deze licentie gebruiken in je blog, soms zelfs voor commercieel gebruik. Je kunt via Google Afbeeldingen eenvoudig zoeken op afbeeldingen met een CC-licentie, via de zoekfilters bovenin.
    Gebruiksrechten van afbeeldingen via Google

  3. Maak data visueel

    Staat je blog bol van de cijfers en percentages? Dan is het niet onverstandig om deze grafisch weer te geven. Daar hoef je echt zelf niet voor te knutselen, grafieken en infographics maak je eenvoudig met diensten als Infogr.am of Datawrapper. Ook wanneer je maar enkele cijfers noemt, dan kunnen deze afbeeldingen net even genoeg zijn voor het doorbreken van de grijze tekstmassa.

  4. Pas de juiste hoeveelheid compressie toe

    Hoe je het ook wendt of keert: door afbeeldingen wordt je pagina ‘zwaarder’. Met de snelle internetverbindingen van tegenwoordig lijkt dat niet zo’n punt, maar toch kunnen die paar seconden laadtijd net teveel zijn en het geduld van je lezer teveel op de proef stellen. Bovendien wil je je doelgroep niet op kosten jagen, kijken ze je blog of artikel via een mobiele dataverbinding, dan teer je in op hun databundel. En vergeet je SEO niet: de laadtijd van je pagina is een steeds belangrijkere ranking-factor en dus is ook SEO gebaat bij minder zware afbeeldingen.

    Een goede manier om de bestandsgrootte van afbeeldingen binnen de perken te houden is het toepassen van compressie. Gebruik bij foto’s bij voorkeur het JPG-formaat en houdt een compressie-ratio van 60 tot 70 procent aan. Zo behoud je een scherpe foto zonder teveel ruis, maar verklein je het bestand flink. Hanteer voor jezelf als regel dat je bestand nooit groter dan 120Kb mag zijn.

    Compressie voorbeeld
    Zoek naar een juiste middenweg bij het toepassen van compressie. Links is scherp en zonder ruis, de afbeelding rechts is veel zwaarder gecomprimeerd en heeft er zichtbaar onder te lijden. (Klik op de afbeelding voor een grotere versie waarop je duidelijker het verschil ziet.)

  5. Maak gebruik van alt-tags

    Lezers zijn prima in staat te herkennen wat er op een afbeelding te zien is. Maar zoekmachines zijn blind. Toch is het voor het begrip van Google en consorten wel zo handig als ook zij weten wat er te zien is op de foto’s en illustraties die je gebruikt. Dat doe je door het toevoegen van zogeheten alt-tags. Dat zijn korte beschrijvingen van de foto die zoekmachines gebruiken bij de indexering van je artikel. Gebruik hierin belangrijke keywords, maar overdrijf niet. Bovendien horen visueel gehandicapten deze omschrijving wanneer ze screenreaders gebruiken. Vaak voorziet het CMS in deze mogelijkheid, vraag anders een html-expert hiernaar te kijken.

  6. Geef afbeeldingen een logische bestandsnaam

    Je kent ze wel, foto’s met bestandsnamen als img0235.jpg. Niet zo erg voor je lezers, maar zoekmachines gebruiken naast de alt-tag ook de bestandsnaam van het beeld voor hun indexering van het artikel. Zorg dus voor een logische, beschrijvende bestandsnaam. Overdrijf ook hier niet met je keywords.

  7. Plaats videomateriaal op Youtube en gebruik de oude embed-code

    Natuurlijk kun je een video op je eigen webserver plaatsen, maar daarmee zet je deze wel flink aan het werk. Bovendien: waarom zou je deze video verstoppen? Het is bijna altijd verstandiger om je video op YouTube te plaatsen en deze vervolgens te embedden in je blog. Zo is je video in een keer zichtbaar voor een miljoenenpubliek. Bovendien is YouTube na Google de grootste zoekmachine ter wereld.

    Gebruik bij het plaatsen van je video wel gebruik van de oude insluitmethode (zie afbeelding). Zo verdwijnt de video niet in een voor Google ontoegankelijk iframe-object.

  8. Voeg gestructureerde data toe

    Een expert-tip: hiervoor moet je namelijk in de html-code van je pagina. Met gestructureerde data kun je allerlei metadata van je multimedia-content meegeven aan zoekmachines. Microdata via schema.org is momenteel de aangewezen methode om dit te doen, want deze methode wordt ondersteund door alle belangrijke zoekmachines.

    Ook het toevoegen van OpenGraph-informatie is een goed idee, met name als je je blogs en artikelen op social media plaatst. Met die data vertel je social media onder andere in welke afmetingen de multimedia geplaatst moet worden.

  9. Gebruik je veel video? Genereer een aparte video-sitemap

    Nog een expert-tip: gebruik je veel video op je website, dan is het verstandig hiervoor een aparte sitemap aan te maken. Je hoeft daarvoor niet de code in, er zijn diverse gratis tools voor beschikbaar. De sitemap kun je vervolgens indienen via bijvoorbeeld Google Webmaster Tools. Met zo’n map weten zoekmachines beter hoe je videopagina’s zijn opgebouwd en dat zorgt voor een betere indexering.

  10. Zorg voor transcripties van je video

    Zoals ik al eerder aanhaalde: zoekmachines zijn blind. Ze ‘zien’ dus niet wat er op een video zichtbaar is. Metadata maakt het bepalen van het onderwerp al gemakkelijk voor ze, maar details zal ze ontgaan. Niet met videotranscripties. Dit zijn volledig uitgeschreven stukken tekst die het verhaal van de video beschrijven. Je beschrijft hierin letterlijk wat gezegd wordt en wat te zien is. Dat is natuurlijk erg handig voor visueel en auditief gehandicapten, maar ook voor zoekmachines. YouTube maakt het toevoegen van deze transcripties eenvoudig. Hoe je dat doet, lees je hier

Raymond LuijbregtsRaymond Luijbregts is manager contentmarketing van NoX PR & Content en Co-Workx. Zijn specialismen zijn webcontent en zoekmachineoptimalisatie (SEO).
Twitter: @rluijbregts

Social media voor je business: vergeet Google+ niet

Veel bedrijven zien inmiddels het belang van social media in. Dat ze ‘iets’ moeten met Facebook of misschien wel LinkedIn, daar zijn veel organisaties het over eens. Maar Google+ blijft vooralsnog wat onderbelicht in de zakelijke social media-strategie. Onterecht.

Eigenlijk is er maar één heel belangrijke reden om vanaf aan de slag te gaan met Google+. Dit sociale netwerk is van Google en dus goed voor je SEO. Period. Google wil je te vriend houden, want het verkeer vanaf zoekmachines komt – zeker in Nederland – vrijwel enkel en alleen van deze speler. Bing heeft wel enkele procentpunten in de pap te brokkelen, maar het marktaandeel van Microsoft’s zoekmachine valt in het niet bij de webgigant. Google+ negeren is dan ook net zoiets als in het gezicht van je beste vriend spugen.

Het is simpel: ben je actief op Google+, dan heb je in de zoekmachineresultaten een streepje voor. Ten eerste gaat de indexering van je content een stuk sneller wanneer je deze openbaar op dit sociale netwerk zet. Met andere woorden, je artikel staat veel sneller ‘op Google’ zodra je deze op het sociale netwerk publiceert.

Google Mijn Bedrijf: goed startpunt

Hoe start je nu als bedrijf snel met Google+? Een goed beginpunt is de portal ‘Google Mijn Bedrijf‘. Dit is een soort portal voor ondernemers waarmee zij snel hun ‘wie-wat-waar’ aan Google kunnen melden. Handig, want hoe beter de zoekmachine weet wat jouw bedrijf doet en welk gebied jij bedient, hoe meer kans je hebt dat jouw content wordt aangeboden aan de relevente, eventueel lokale doelgroep. Bovendien kunnen (potentiële) klanten gemakkelijk contact met je opnemen. Laat je je telefoonnummer daar achter, dan kunnen klanten je direct bellen als ze je via Google gevonden hebben vanaf de smartphone. Ook ben je direct vindbaar op Google Maps en kunnen klanten recensies over je achterlaten.

Google Mijn Bedrijf

Social signals: democratische backlinks

Maar er is nog een belangrijke winstfactor en dat zijn je volgers van je Google+-pagina. Zij zien de berichten die je daar plaatst eerder in hun zoekresultaten terug. Tadaa! Bovendien spreidt zich via ‘social signals’ als een olievlek uit. Social signals zijn indicatoren voor Google dat jouw content daadwerkelijk wat losmaakt bij je doelgroep. Geven jouw volgens je postings op Google+ een ‘+1′, dan is dat voor Google een signaal dat jouw content kwalitatief goed en nuttig voor hen is. Een reactie op een posting is een nog sterkere social signal, het vereist immers meer moeite. Sinds de laatste updates van Google’s zoekalgoritme (Hummingbird, voor de kenners), vindt Google deze signalen steeds belangrijker. Het zijn als het ware ‘democratische backlinks’, een soort stemmen van vertrouwen van het publiek.

Volgers en interactie

Het is dus van groot belang om een following te creëren rondom jouw merk op Google+ en te zorgen voor de nodige interactie. Hoe je dat doet? Daar is beslist geen eenduidig antwoord op te geven en vereist een uitgekiende strategie. Op dit blog zullen we regelmatig tips publiceren. Het is in ieder geval geen proces van enkele dagen of weken, quick wins bestaan niet in social media. Allereerst moet je content in orde zijn. Vervolgens is het zaak daar slim wat mee te doen. Ga in dialoog, roep op, daag uit, creëer acties op jouw Google+-pagina die ze alleen daar kunnen oppikken en uitvoeren. Of laat je helpen door social media-experts. Hoe dan ook, neem het serieus. Want anders is de concurrentie je straks te slim af.

Raymond LuijbregtsRaymond Luijbregts is manager contentmarketing van NoX PR & Content en Co-Workx. Zijn specialismen zijn webcontent en zoekmachineoptimalisatie (SEO).
Twitter: @rluijbregts

Google rolt Penguin 3.0 uit

Penguin 3.0Heb je sinds dit weekend een flinke dip in je bezoekcijfers van je website via organisch zoekverkeer? Dan heb je grote kans dat je slachtoffer bent van Google’s update voor Penguin. De zoekgigant bevestigde tegenover de SEO-nieuwssite Search Engine Land dat het zijn Penguin-algoritme naar versie 3.0 heeft bijgewerkt.

De omvang van de update en de gevolgen ervan zijn momenteel nog niet bekend. Er werd lang uitgekeken naar versie 3.0, de laatste update stamt alweer uit oktober 2013.

Wat is Penguin?

Penguin is Google’s technologie voor de bestrijding van webspam en snelle SEO-trucjes die geen enkel ander doel dienen dan de zoekmachine voor de gek te houden. Denk aan het uitwisselen van links. Je kent ze wel, die bureau’s die een link op jouw website plaatsen, in ruil voor een link van jouw site op die van hen. Denk ook aan het overmatig volproppen van teksten met zoekwoorden. Dergelijke SEO ‘hacks’ leveren soms op korte termijn resultaat, maar wordt vrijwel altijd vroeg of laat afgestraft.

Gestraft door Penguin? Er is een weg terug

Ben je gestraft door Penguin? Er is een weg terug. Verwijder alle SEO-trucs en spammy backlinks naar je website. vooral dat laatste is een hels karwei, want je bent afhankelijk van de bereidwilligheid van de externe sites om de link naar je website weer te verwijderen. Vervolgens kun je met je ‘schone’ site naar Google stappen en vragen om een heroverweging. Bij een nieuwe versie van Penguin zal je site dan – hopelijk – weer prettig ranken in de zoekresultaten.

Voorkomen is beter dan genezen

Wat de update dan ook precies mag omhelzen, zeker is dat Google’s verweer tegen misleidende SEO-trucs weer een stukje scherper is geworden. Je kunt dan ook maar beter ver weg blijven van malafide praktijken als linkruil, of het plaatsen van matige, in bulk geproduceerde content die alleen geschreven is om te ranken op bepaalde zoekwoorden. SEO-bedrijven die je de nummer-een-positie beloven op een bepaald zoekwoord binnen een x aantal weken mag je direct het deksel op de neus geven: ze weten vaak niet eens wat voor schade ze aanrichten.

Ga voor een onlinemarketingstrategie die uitgaat van toegevoegde waarde voor je klanten. Bouw een band met je doelgroep en creëer zinnige content die hen informeert, inspireert of antwoord geeft op hun vragen. Werk op die manier aan je ‘thought leadership’. Dat is een strategie die niet alleen klant zal waarderen, maar waarmee je ook de zoekmachines tevreden houdt.

Raymond LuijbregtsRaymond Luijbregts is manager contentmarketing van NoX PR & Content en Co-Workx. Zijn specialismen zijn webcontent en zoekmachineoptimalisatie (SEO).
Twitter: @rluijbregts

Wat betekent Retina voor contentmarketing?

Wat betekent Retina voor contentmarketing
Apple presenteerde onlangs zijn nieuwste geesteskind: een iMac, maar dan een met een Retina-resolutie. Het beeldscherm bevat zoveel pixels dat je ze met het blote oog niet meer kunt zien. Het resultaat: gestoken scherpe letters en afbeeldingen.

De prijs is niet mals: 2600 euro. Voor veel consumenten hoogstwaarschijnlijk een brug te ver. Toch is het apparaat een belangrijke indicator dat er iets aan het veranderen is. Beeldschermen krijgen steeds vaker een resolutie die vele malen hoger is dan Full-HD. Laptops, smartphones, tablets, desktopmonitoren en nu dus ook all-in-one-computers, allemaal krijgen ze hoge resoluties van 4K of zelfs nog hoger. Wat betekent dat voor het web, en specifieker: voor je contentmarketing?

Kort gezegd komt het erop neer dat content die je plaatst geschikt moet zijn voor die hoge resolutie. Want de browser gaat het hele web op zo’n beeldscherm doodleuk omhoogschalen. Het kan niet anders: de pixels moeten toch gevuld worden, anders worden webpagina’s onleesbaar klein.

Tekst: oneindig schaalbaar…

Nu zit dat met tekst wel snor, de browser kan tekst oneindig groot opschalen zonder dat het ten koste gaat van de scherpte. De pijn zit niet in de tekst, maar in de afbeeldingen. Want die zijn vaak niet oneindig schaalbaar. Op een apparaat met zo’n hoge resolutie zien de afbeeldingen er dan korrelig uit, want de browser zal ze opschalen om toch de grote hoeveelheid pixels te kunnen vullen. Het resultaat: je website en je content zien er op Retina-apparaten onscherp en korrelig uit.

… maar afbeeldingen: daar moet je wat mee doen

Daar kun, nee moet je wat aan doen. Je bedrijfsblog moet immers presentabel ogen, ook op de nieuwste gadgets. Daar zijn gelukkig slimme trucs voor. Zo kun je bijvoorbeeld afbeeldingen in je blog plaatsen die anderhalf tot twee keer zo groot zijn als je eigenlijk nodig hebt. Is de breedte van je artikel bijvoorbeeld 500 pixels en wil je een afbeelding over de volle breedte, dan gebruik je een afbeelding van 750 pixels breed. In de html-code kun je deze vervolgens weer verkleinen naar het juiste formaat.

Handig, want wordt je blog gezocht door een ‘retina-apparaat’, dan zijn er toch genoeg pixels beschikbaar om een scherpe afbeelding te kunnen tonen. En de rest van de wereld merkt geen verschil. Zorg wel voor voldoende compressie, anders worden je afbeeldingen en daarmee je hele website onnodig ‘zwaar’.

Een andere oplossing is een klein webprogrammaatje dat kan ‘zien’ of je blog bezocht wordt door een apparaat met een Retina-resolutie. Is dat het geval, dan zorgt het scriptje dat je blog gebruikmaakt van afbeeldingen met een hogere resolutie. Zo’n webprogrammaatje noemen we overigens een javascript.

Ook belangrijk voor webdesigners

Niet alleen bloggers, ook webdesigners zullen rekening moeten houden met de steeds gedetailleerde schermen. Zij zullen steeds meer gebruik moeten maken van bijvoorbeeld grafische elementen die je oneindig kunt opschalen. Vectoren noemen we deze, de bestanden herken je aan het achtervoegsel .svg. Een ook zij zullen afbeeldingen in een hogere resolutie moeten gebruiken, of dit met javascript regelen.

Hoe dan ook: werk aan de winkel!

Raymond LuijbregtsRaymond Luijbregts is manager contentmarketing van NoX PR & Content en Co-Workx. Zijn specialismen zijn webcontent en zoekmachineoptimalisatie (SEO).
Twitter: @rluijbregts

Contact

Neem contact met ons op!